ECLI:NL:RBZWB:2026:6962

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
02-800157-08
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar

Betrokkene is sinds 2010 ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege na veroordeling voor meerdere diefstallen met geweld. De tbs is in 2025 reeds met een jaar verlengd. Uit het recente advies van de tbs-kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, een stoornis in middelengebruik en een persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en afhankelijke trekken.

Betrokkene heeft sinds oktober 2025 verblijf op een afdeling voor patiënten met verstandelijke beperkingen en persoonlijkheidsproblematiek, waar hij motivatie toont voor abstinentie en het gebruik van copingstrategieën. Ondanks het bereiken van het behandelplafond binnen de kliniek, is een geschikte vervolgplek met 24-uurs zorg nog niet beschikbaar. De tbs-kliniek adviseert verlenging met twee jaar, maar de rechtbank kiest voor een verlenging van één jaar om de motivatie van betrokkene te behouden.

De officier van justitie en de verdediging stemmen in met de verlenging van één jaar. De rechtbank acht het recidiverisico hoog en stelt dat de wettelijke vereisten voor verlenging zijn vervuld. De rechtbank ziet geen aanleiding om de reclassering nu te verzoeken tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging, maar sluit toekomstige evaluatie niet uit.

De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 28 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar vanwege het hoge recidiverisico en het bereiken van het behandelplafond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800157-08
beslissing van de meervoudige kamer van 28 juli 2026
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
verblijvende in het [verblijfsadres]

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van
betrokkene tot 7 mei 2026:
- het adviesrapport van [verblijfsadres] (hierna: tbs-kliniek) van 13 mei 2026;
- de vordering van de officier van justitie van 26 mei 2026, strekkende tot verlenging
van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna:
tbs) met een jaar

2.De procesgang

Bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 1 juli 2010 is betrokkene in hoger
beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 773 dagen, waarvan één dag
voorwaardelijk, en tbs met voorwaarden wegens zeven diefstallen met geweld.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven zoals bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is op 16 juli 2010 aangevangen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 18 oktober 2012 is de tbs met voorwaarden omgezet
in een tbs met verpleging van overheidswege. Deze beslissing is op 7 maart 2013 door het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
De tbs is laatstelijk bij beslissing van de rechtbank van 16 juli 2025 met een jaar verlengd.
Ter terechtzitting van 14 juli 2026 is de officier van justitie, mr. L.A. Pronk, gehoord.
Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat
te Den Haag. Verder is mevrouw [deskundige] , hoofdbehandelaar en GZ-psycholoog in de tbs-kliniek, als deskundige gehoord.

3.Het advies van de tbs-instelling

Uit voornoemd adviesrapport van de tbs-kliniek leidt de rechtbank, onder meer, af dat bij betrokkene sprake is van een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis met gedragsproblemen, een stoornis in middelengebruik en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vooral borderline, maar ook antisociale en afhankelijke trekken. Betrokkene verbleef sinds 3 december 2024 binnen het kader van transmuraal verlof (hierna: TMV) op de forensische verslavingskliniek (hierna: FVK) van [zorgorganisatie 1] . Na een time-out in juni 2025 is betrokkene naar een andere afdeling van de FVK teruggekeerd. Hoewel deze overplaatsing in eerste instantie redelijk verliep, is de plaatsing op 1 september 2025 mede op eigen verzoek van betrokkene definitief stopgezet vanwege aanhoudend middelengebruik. Betrokkene is vervolgens teruggeplaatst in de tbs-kliniek. Hij verblijft daar sinds 8 oktober 2025 op [afdeling] , een afdeling voor patiënten met primair een verstandelijke beperking (of neurocognitieve problematiek zoals bij betrokkene) in combinatie met persoonlijkheidsproblematiek. Op deze afdeling heeft betrokkene motivatie voor abstinentie getoond. De nabijheid van het team, verblijf op een behandelafdeling en het inperken van zijn verlofmogelijkheden conform de huidige verlofmodaliteit (begeleid verlof) hebben ook tot tijdig signaleren, interveniëren en ondersteunen geleid en risicovol gedrag voorkomen. Er zijn sinds de plaatsing op [afdeling] bij betrokkene geen positieve urinecontroles aangetoond. Hij heeft adequate coping ingezet om dit te laten slagen. In de laatste behandelplanbespreking heeft betrokkene aangegeven gemotiveerd te zijn voor de booster verslaving, waarbij hij zijn partner wil laten aansluiten.
Op 5 november 2025 is tijdens een gesprek met betrokkene, zijn advocaat, directie en hoofd behandelingen getracht om het blikveld van betrokkene te verruimen naar andere behandelopties met name gerichte op behandeling van zijn verslaving. Alleen de FVK van [zorgorganisatie 2] of de [zorgorganisatie 3] zijn opties waar betrokkene voor zijn verslavingsproblematiek met een TMV kan worden geplaatst. Betrokkene is echter vooralsnog niet gemotiveerd om daar te worden geplaatst, omdat beide opties te ver van zijn netwerkcontacten (partner en tante) gelegen zijn. De casus van betrokkene zal nog besproken worden binnen het regionaal overleg met [zorgorganisatie 4] en de [zorgorganisatie 5] . Indien noodzakelijk zal worden verzocht om een zorgconferentie.
De tbs-kliniek schat op dit moment het recidiverisico, indien de tbs nu zou worden beëindigd of indien de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou worden beëindigd, als hoog in. Een langer verblijf binnen de beveiligde ring van een tbs-kliniek wordt echter niet meer als noodzakelijk gezien vanwege het behandelplafond dat op het klinische vlak (niveau 4) is bereikt. Wel dient er voor betrokkene uiteindelijk een omgeving te zijn met 24-uurs zorg die aansluit bij zijn sociaal emotioneel niveau van functioneren en verslavingsproblematiek. Deze vervolgplek is nog niet voorhanden. Daarom adviseert de tbs-kliniek om de tbs met twee jaar te verlengen.
Tijdens de zitting heeft de deskundige daaraan nog toegevoegd dat betrokkene in de afgelopen periode heeft hij laten zien dat hij van de verdovende middelen kan afblijven. Ook is hij gemotiveerd om op de pre-resocialisatie-afdeling van de tbs-kliniek te laten zien dat hij zich ook buiten de tbs-kliniek staande kan houden. De deskundige vindt dit heel positief. Betrokkene doet het binnen de structuur en de kaders van de tbs-kliniek goed. Hij heeft, zoals de tbs-kliniek al heeft aangegeven, daar het behandelplafond bereikt. Daarom is het voor hem van belang dat hij de kans krijgt om te laten zien dat hij met meer verantwoordelijkheden en vrijheden (buiten de tbs-kliniek) om kan gaan. Hij zal hier hard voor moeten werken. Dat doet hij momenteel al samen met zijn partner bij de booster verslaving. Bij deze booster wordt betrokkene sterker gemaakt en het netwerk betrokken voor vroegsignalering. Er moeten nog wel stappen worden genomen voordat betrokkene op de pre-resocialisatie-afdeling terecht kan. Op dit moment heeft hij de begeleide verlofstatus. Onbegeleid verlof is inmiddels aangevraagd en zal eind juli 2026 worden besproken. Het duurt dan nog ongeveer zes tot acht weken voordat de machtiging voor onbegeleid verlof wordt verleend. Als de verlofstappen positief worden doorlopen, zal het pre-resocialisatietraject worden ingezet. Dit zal na een half jaar worden geëvalueerd. Na goed verloop op de pre-resocialisatie-afdeling zal vervolgens worden bekeken of betrokkene bij begeleid wonen terecht kan. De stap naar de resocialisatieafdeling van de tbs-kliniek ( [tbs-kliniek] ) zal dan worden overgeslagen. De deskundige vindt het belangrijk dat dit traject stapsgewijs wordt doorlopen en dat pas over een jaar wordt bekeken of een voorwaardelijke beëindiging van de tbs aan de orde kan zijn. Mocht de overstap naar de pre-resocialisatie-afdeling toch niet mogelijk blijken te zijn, dan zal de casus van betrokkene worden besproken binnen het regionaal overleg met [zorgorganisatie 4] en de [zorgorganisatie 5] .

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met een jaar te verlengen gebleven. Aan de vereisten tot verlenging van de termijn van de tbs is voldaan. In het komende jaar zullen stappen naar meer verantwoordelijkheid en vrijheid worden gezet. Als dat goed gaat, kan de reclassering worden gevraagd om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de tbs te onderzoeken. Hiertoe kan echter ook op de volgende zitting worden besloten. Dit voorkomt wellicht teleurstelling bij betrokkene.

5.Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat aan de vereisten voor verlenging van de tbs is voldaan. De verdediging is het eens met de vordering van de officier van justitie om de tbs met een jaar te verlengen. Indien het in het komende jaar goed met betrokkene blijft gaan, hij geen terugval in middelengebruik heeft en zijn motivatie blijft behouden, geeft de verdediging de rechtbank in overweging om de reclassering binnen komend jaar onderzoek te laten doen naar een voorwaardelijke beëindiging van de tbs.

6.Het oordeel van de rechtbank

Vooropgesteld wordt dat een tbs kan worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van deze maatregel eist. Dit houdt concreet in dat het recidivegevaar nog aanwezig moet zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
De rechtbank leidt uit de rapportage van de tbs-kliniek af dat bij betrokkene nog altijd sprake is van een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis met gedragsproblemen, een stoornis in middelengebruik en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vooral borderline, maar ook antisociale en afhankelijke trekken. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat betrokkene nog altijd lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
Ook is volgens de tbs-kliniek sprake van een hoog recidiverisico als de tbs nu zou worden beëindigd. Derhalve stelt de rechtbank vast dat is voldaan aan de wettelijke eisen voor verlenging van de tbs. Dit wordt ook niet door de verdediging betwist.
De rechtbank stelt op basis van het advies van de tbs-kliniek en de toelichting hierop tijdens de zitting vast dat betrokkene weliswaar (mede op eigen verzoek) is teruggeplaatst vanaf de FVK van [zorgorganisatie 1] naar de tbs-kliniek, maar dat hij sindsdien heeft hij laten zien dat hij van de verdovende middelen kan afblijven. Hij is samen met zijn partner bezig met de booster verslaving, waar betrokkene wordt geleerd om sterker te worden en zijn partner (en overig netwerk) wordt geleerd om tijdig te signaleren wanneer het mis met hem gaat. Daarnaast is betrokkene gemotiveerd om op de pre-resocialisatie-afdeling van de tbs-kliniek te laten zien dat hij zich ook buiten de tbs-kliniek staande kan houden. De tbs-kliniek wil betrokkene graag deze kans bieden. Hij heeft binnen de tbs-kliniek ook het behandelplafond bereikt. In aanloop naar de plaatsing op de pre-resocialisatie-afdeling zal het verlof van betrokkene worden opgebouwd. Zo zal hij stapsgewijs leren om met meer verantwoordelijkheden en vrijheid om te gaan.
Als uitgangspunt geldt dat de tbs dient te worden verlengd met een termijn van twee jaar als aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die nog resteert bij een
verlenging van de tbs met een termijn van een jaar.
De rechtbank ziet in het geval van betrokkene redenen om van dit uitgangspunt af te wijken, ondanks dat de tbs-kliniek heeft geadviseerd om de tbs met twee jaar te verlengen. Betrokkene is op dit moment gemotiveerd om van de verdovende middelen af te blijven en om via de pre-resocialisatie-afdeling van de tbs-kliniek toe te werken naar een leven buiten de tbs-kliniek. Voor hem, maar ook voor de maatschappij, is het van belang dat deze motivatie bij betrokkene blijft bestaan. Daarom zal de rechtbank, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd, de tbs verlengen met een jaar.
De rechtbank ziet evenwel geen aanleiding om de reclassering te verzoeken om binnen komend jaar onderzoek te laten doen naar een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. Uit het advies van de tbs-kliniek en de toelichting hierop tijdens de zitting is namelijk duidelijk naar voren gekomen dat een voorwaardelijke beëindiging binnen één jaar onwaarschijnlijk is, gezien de nog te nemen stappen. Dit laat onverlet dat als het in de komende periode voorspoedig met betrokkene verloopt, de tbs-kliniek al in het komend jaar hierover contact met de reclassering kan opnemen.

7.De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met een jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. D. van Kralingen en
mr. S. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.T.C. Venekamp en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 juli 2026.