ECLI:NL:RBZWB:2026:7
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.810 opgelegd door de inspecteur na een hertaxatie die uitkwam op een hogere verschuldigde BPM dan de door belanghebbende betaalde € 9.598.
De kern van het geschil betreft de toepasbaarheid van de herleidingsmethode, de vaststelling van de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde van een Porsche Cayenne Coupé 3.0 SUV. De rechtbank volgt de Hoge Raad en wijst het beroep op de herleidingsmethode af. De historische nieuwprijs wordt vastgesteld op € 151.588, gebaseerd op een bruto BPM van € 38.441.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade of andere waardeverminderingen die de handelsinkoopwaarde zouden verlagen. De koerslijstwaarde wordt niet als uitgangspunt verworpen, mede gelet op de hogere aankoopprijs. Een forfaitaire afschrijving leidt eveneens niet tot verlaging van de aanslag.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa acht maanden. Ook worden proceskosten van € 233,50 toegekend voor de rechtsbijstand bij het verzoek om schadevergoeding. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 1.000 aan belanghebbende.