Eiseres diende een aanvraag in voor coronasteun over het jaar 2021, welke door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het college bevoegd was de subsidie te weigeren omdat eiseres niet in financiële nood verkeerde zonder de subsidie.
De rechtbank overwoog dat het college de beoordeling van de levensvatbaarheid van eiseres mocht baseren op alle beschikbare reserves, inclusief het marketing- en evenementenfonds en het solidariteitsfonds. Eiseres had onvoldoende gemotiveerd waarom deze middelen buiten beschouwing moesten blijven. Daarnaast was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen dat de subsidie voor 2021 zou worden toegekend, mede omdat de leidraad voor coronasteun op 8 december 2020 was vastgesteld en eiseres hiervan op de hoogte was.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het college binnen de redelijke grenzen handelde en de afwijzing niet onevenredig was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan nog in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.