ECLI:NL:RBZWB:2026:8
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag Bpm en verzoek om immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 4.365, welke door de rechtbank als terecht werd beschouwd. Belanghebbende had eerder aangifte gedaan voor de registratie van een Mercedes Benz AMG GLC 43 4Matic en een bedrag aan Bpm voldaan van € 10.377. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht heeft gehandhaafd, na beoordeling van de beroepsgronden van belanghebbende. De rechtbank concludeert dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat de inspecteur de juiste waarde heeft vastgesteld.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van twee jaar met elf maanden is overschreden en kent belanghebbende een schadevergoeding van € 1.000 toe. De rechtbank verdeelt de kosten van de schadevergoeding tussen de inspecteur en de Staat. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.