ECLI:NL:RBZWB:2026:8
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.365 opgelegd door de inspecteur na een hertaxatie van een Mercedes Benz AMG GLC 43 4Matic. De kern van het geschil betrof de toepasbaarheid van de herleidingsmethode, de hoogte van de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat.
De rechtbank oordeelt dat de herleidingsmethode niet slaagt en stelt de historische nieuwprijs vast op € 135.212, conform het arrest van de Hoge Raad. Ten aanzien van de handelsinkoopwaarde concludeert de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade of een schadeverleden, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de inspecteur en het feit dat de auto relatief jong was met beperkte kilometers.
De rechtbank acht de koerslijst van Xray te laag en wijst op het verschil met de koerslijst van AutotelexPro en de aankoopprijs van € 60.000. Dit leidt tot de conclusie dat de naheffingsaanslag terecht en niet te hoog is opgelegd. Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer elf maanden, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat komt. Proceskosten voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding worden deels vergoed, maar het griffierecht niet.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.