ECLI:NL:RBZWB:2026:800

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
25/4721
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens betaalherinnering geen besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen brieven van de Dienst Toeslagen van 14 juli 2025 waarin terug te betalen bedragen voor het kindgebonden budget over 2023 en 2024 werden vermeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tegen het besluit van 12 juni 2025 al een apart beroep loopt onder zaaknummer 25/1990.

De rechtbank heeft eiseres verzocht om nadere toelichting over het beroep, waarop zij pas op 2 februari 2026 reageerde. Uit de reactie bleek dat het beroep zich richtte op de brieven van 14 juli 2025. De rechtbank oordeelt dat deze brieven slechts een opgave van terug te betalen bedragen bevatten en geen besluit zijn in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.

Omdat een beroep op grond van artikel 8:1 Awb Pro alleen mogelijk is tegen een besluit, is het beroep tegen de brieven niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelt het beroep tegen het besluit van 12 juni 2025 verder onder het bestaande zaaknummer. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de betaalherinneringen van 14 juli 2025 is niet-ontvankelijk omdat deze geen besluit zijn in de zin van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4721

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres van 17 juli 2025 tegen brieven van de Dienst Toeslagen.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep is volgens het beroepschrift gericht tegen “het besluit van de Toeslageninstantie d.d. 12 juni 2025 en 14 juli” over het kindgebonden budget voor 2023 en 2024. Omdat niet helemaal duidelijk was waar het beroep zich precies tegen richt, heeft de rechtbank op 16 september 2025 aan eiseres verzocht om een nadere toelichting, met een rappel op 5 december 2025.
2.1.
Pas op 2 februari 2026 heeft de rechtbank een reactie van eiseres ontvangen. Daarin schrijft zij dat haar beroep is gericht tegen:
  • het besluit van 12 juni 2025 met kenmerk BOB O H en
  • het besluit van 14 juli 2025.
3. De rechtbank stelt vast dat over het besluit van 12 juni 2025 (over het kindgebonden budget over het jaar 2024) al een beroep loopt, onder zaaknummer 25/1990. Het beroep tegen dat besluit zal verder worden afgehandeld onder dat nummer.
4. Dan resteert nog het beroep tegen ‘het besluit van 14 juli 2025’. Bij het beroepschrift waren twee brieven gevoegd van de Dienst Toeslagen van 14 juli 2025, over de betaling van € 3.714 en € 4.281. Het gaat daarbij om terug te betalen bedragen aan kindgebonden budget over 2023 en 2024. De rechtbank begrijpt dat het beroep is gericht tegen deze brieven.
4.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep tegen deze brieven kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4.2.
Het instellen van beroep is op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb alleen mogelijk tegen een besluit. Wat onder een besluit wordt verstaan is bepaald in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
4.3.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [1] is een schriftelijke mededeling over de hoogte van een te betalen bedrag, waarover in het verleden al besluiten zijn genomen, niet op rechtsgevolg gericht en daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
4.4.
In de brieven van 14 juli 2025 wordt slechts opgave gedaan van door eiseres nog terug te betalen bedragen. Over de vaststelling van deze bedragen en het kindgebonden budget over 2023 en 2024 zijn in het verleden al besluiten genomen door de Dienst Toeslagen. De brieven van 14 juli 2025 zijn daarom niet op rechtsgevolg gericht en geen besluit in de zin van de Awb. Dit betekent dat tegen deze brieven geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen de brieven van 14 juli 2025 niet inhoudelijk beoordeelt. Het beroep tegen het besluit van 12 juni 2025 met kenmerk BOB O H wordt verder behandeld onder zaaknummer 25/1990. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:331.