ECLI:NL:CRVB:2016:331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Brief over terugvorderingsbedrag is geen besluit en staat los van afspraken over rechtskarakter
Appellante was verplicht een bedrag terug te betalen aan de gemeente Bergen op Zoom, vastgesteld door eerdere rechterlijke beschikkingen. In 2014 ontving zij een brief van het college met een opgave van het huidige saldo van de vordering. Tijdens een hoorzitting werden afspraken gemaakt over het nemen van een nieuw besluit over het saldo, waartegen bezwaar mogelijk zou zijn.
Het college stuurde vervolgens een brief van 13 juni 2014 met een nieuwe opgave van het saldo en een bezwaarclausule. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stelde appellante dat de brief van 13 juni 2014 wel een besluit was, omdat partijen hadden afgesproken dat het rechtsgevolg zou hebben. De Raad oordeelde echter dat de brief slechts een mededeling van informatieve aard is, niet gericht op rechtsgevolg, en dus geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De eerdere beschikking uit 1993 staat immers in rechte vast.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief over het terugvorderingsbedrag geen besluit is en wijst het hoger beroep af.