De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 februari 2026 veroordeelde schuldig bevonden aan medeplegen van oplichting, deelneming aan een criminele organisatie, het ontvangen en verspreiden van gegevens bestemd voor misdrijven en medeplegen van computervredebreuk. De feiten betreffen 153 gevallen van bankhelpdeskfraude gepleegd tussen februari 2022 en juli 2023.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geraamd op circa €466.464,44, later bijgesteld naar €454.531,73. De verdediging stelde dat het voordeel aanzienlijk lager ligt, maximaal €35.318,08, omdat veroordeelde slechts aan 18 gevallen kan worden gekoppeld en kosten voor aankoop leads volledig door hem zijn gedragen.
De rechtbank baseerde zich op scenario 2 uit het ontnemingsrapport, waarbij het voordeel pondspondsgewijs wordt verdeeld op basis van bewezen betrokkenheid per zaaknummer. Na aftrek van de kosten voor leads (€14.288,53) stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €334.288,03. De betalingsverplichting wordt echter op nihil gesteld vanwege onduidelijkheid over de verdeling van hoofdelijk toegewezen vorderingen en het feit dat de ontnemingsvordering als vangnet dient.
De beslissing is genomen op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De rechtbank kan op dit moment niet de omvang van de betalingsverplichting vaststellen en houdt deze voorlopig op nihil.