ECLI:NL:RBZWB:2026:82
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet geschonden hoorplicht bij WOZ-waarde woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en verzocht om gehoord te worden. De heffingsambtenaar stuurde een conceptuitspraak op bezwaar met de vraag of belanghebbende nog gehoord wilde worden. Hoewel gemachtigde reageerde op de conceptuitspraak over een dwangsom, gaf hij geen antwoord op de vraag of een hoorzitting gewenst was.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat de heffingsambtenaar voldoende pogingen heeft gedaan om een hoorgesprek te organiseren en de gemachtigde stilzwijgend afstand heeft gedaan van het recht om gehoord te worden. Er zijn geen inhoudelijke bezwaarpunten aangevoerd naast het verzoek om gehoord te worden.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt belanghebbende geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 12 januari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard omdat de hoorplicht niet is geschonden.