ECLI:NL:RBZWB:2026:821
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening omzetting WIA-uitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omzetting van zijn loongerelateerde WIA-uitkering naar een vervolguitkering met een aanzienlijk lager bedrag. Het UWV had de uitkering per 1 juli 2025 verlaagd van €4.390,33 naar €920,56 per maand op basis van een arbeidsongeschiktheid van 61,14%.
Na eerdere afwijzing van een vergelijkbaar verzoek op 30 september 2025, diende verzoeker op 16 december 2025 een herhaald verzoek in. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden die een hernieuwde voorlopige voorziening rechtvaardigen.
Verzoeker overhandigde medische stukken en een besluit van Orionis waarin een aanvraag voor financiële ondersteuning werd afgewezen. De rechter oordeelde dat deze informatie niet nieuw was, omdat de medische stukken dateren van vóór het eerdere verzoek en het besluit van Orionis geen wijziging in de situatie van verzoeker teweegbracht.
Daarom werd het herhaalde verzoek afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 3 februari 2026.
Uitkomst: Het herhaald verzoek om voorlopige voorziening tegen de omzetting van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.