4.3.3.Modus operandi
Uit het dossier Lawrencium blijkt dat in een groot aantal gevallen van de tenlastegelegde bankhelpdeskfraudes sprake is van een zelfde modus operandi. Deze modus operandi was de volgende.
De aangevers waren steeds ouderen, met name vrouwen, variërend in de leeftijd van 60 tot en met 90 jaar. Zij werden gebeld met een gespooft of anoniem telefoonnummer. Degene die belde, deed zich voor als medewerker van de fraudeafdeling van de bank en stelde zich voor onder een alias ( [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] ). Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat er een verdachte transactie op hun rekening had plaatsgevonden of dat was geprobeerd geld van hun rekening af te halen en dat de bank hen wilde helpen om het geld terug te vorderen danwel veilig te stellen. Daarbij werd veelal de naam van [persoon 1] , al dan niet in combinatie met België, gebruikt als degene naar wie het geld zou worden overgemaakt.
De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en soms doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. Tijdens het gesprek ontvingen de aangevers e-mails of WhatsApp-berichten met daarin (vaak via Marktplaats gegenereerde) betaallinks. Deze e-mails waren afkomstig van een e-mailadres, waarin de naam van de bank in combinatie met “fraudeafdeling” werden gebruikt. De aangevers werden verzocht om op die betaallinks in de e-mails te klikken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee de bedragen terugvorderden en/of veiligstelden. In werkelijkheid verrichtten zij zelf betalingen. De aangevers werden vervolgens verzocht om de volgende dag met een bepaalde code naar het dichtstbijzijnde filiaal van de bank te gaan, waar de bankmedewerker voor hen een afspraak had gemaakt om het geld terug te krijgen. De aangevers ontvingen van deze afspraak per e-mail een bevestiging met het adres van het filiaal waar de afspraak gepland stond. Op het moment dat de aangevers zich bij de bank meldden, bleek er helemaal geen afspraak te zijn.
De rechtbank beschouwt bovenstaande modus operandi als de basiswerkwijze, waarbij zij constateert dat in bepaalde periodes, binnen het tijdsbestek waarin deze 306 aangiftes zijn gedaan, op een andere manier hieraan invulling is gegeven. De rechtbank bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat op sommige momenten pinpassen fysiek werden opgehaald waarmee werd gepind, dat op andere momenten gebruik werd gemaakt van de app Anydesk, of geld werd overgemaakt naar Online Payments Foundation, of met het geld bestellingen werden geplaatst bij online webshops. Zo werd een periode lang besteld bij Megekko en Dyson, een periode lang bij Arts & Craft en een periode lang bij Amazon en MediaMarkt. In meerdere gevallen werd aan de aangevers ook een persoonlijke code doorgegeven, bestaande uit een aantal letters met daarachter hun geboortedatum. De code begon vaak met het woord ‘Thylon’.
Aanknopingspunten voor deze dadergroep
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangever 1] op 31 maart 2023. Zij werd gebeld door iemand die zich voorstelde als meneer [alias 1] van de fraudeafdeling van de Rabobank en zij ontving meerdere e-mails afkomstig van het e-mailadres [e-mailadres 1] , met daarin steeds een betaallink. In totaal heeft zij een bedrag van € 12.102,- overgeschreven naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van Online Payments Foundation. Tussen 27 maart 2023 en 3 april 2023 (de “onderzoeksweek”) zijn nog dertien aangiftes gedaan waarin sprake was van een soortgelijke oplichting. Vaak werden bedragen in meerdere transacties overgeschreven, betrof het telkens een bedrag van € 2.500,40 en was sprake van twee of drie bellers waarbij voornamelijk de namen “ [alias 1] ” en “ [alias 2] ” werden genoemd en gebruik werd gemaakt van het gespoofte telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Soms was er een vrouw bij betrokken die zichzelf een enkele keer “mevrouw [alias 3] ” noemde.
Uit de geldstromen van Online Payments Foundation volgt dat in de onderzoeksweek een bedrag van € 230.950,- is doorgeboekt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [verdachte] . Aan dat rekeningnummer waren de persoonsgegevens van
[verdachte]gekoppeld met daarbij de e-mailadressen: [e-mailadres 2] en [e-mailadres 3] . Deze e-mailadressen waren ook gekoppeld aan Marktplaatsadvertenties, waarmee betaallinks werden gecreëerd. Daarnaast is er door aangeefster [aangeefster 1] een rechtstreekse betaling gedaan op de rekening van [verdachte] van € 17.469,-. Van het totaalbedrag van € 248.419,- werd in 32 betalingen een bedrag van € 185.610,- doorgeboekt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 3] op naam van
[medeverdachte 5]en 13 betalingen met een totaalbedrag van € 46.150,- doorgeboekt naar [rekeningnummer 4] op naam van [bedrijf] . Aan dit rekeningnummer zijn de persoonsgegevens van [medeverdachte 5] gekoppeld, met daarbij de e-mailadressen: [e-mailadres 4] en [e-mailadres 5] . Het e-mailadres [e-mailadres 4] dat aan [bedrijf] is gekoppeld, is gelinkt aan Marktplaatsadvertenties, waarmee betaallinks zijn gecreëerd. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat aan dit e-mailadres is gekoppeld, blijkt te kunnen worden toegeschreven aan
[medeverdachte 4] .
Intussen was elders in het land een cybercrime-onderzoek opgestart genaamd Gamila. In dat onderzoek is [medeverdachte 4] als verdachte aangemerkt en zijn bij een doorzoeking in zijn woning 9 mobiele telefoons in beslag genomen, waaronder een iPhone 13. Hierin stonden chatgesprekken met “ [alias 5] ” die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tussen 14 februari 2022 en 11 mei 2022 worden er meerdere foto’s en screenshots gestuurd door “ [alias 5] ”, waarin bijvoorbeeld op de achtergrond een e-mail van de “Rabobank” met daarin een vermoedelijke betaallink zichtbaar is. De e-mail komt qua opbouw overeen met de fraudemails die de aangevers ontvingen van [e-mailadres 1] . Uit gestuurde foto’s door “ [alias 5] ” van zichzelf leidt de politie af dat het telefoonnummer toebehoort aan
[medeverdachte 1] .
Op 24 maart 2023 is [aangever 2] (zaaknummer 102) opgelicht. Zij werd gebeld door ene mevrouw [alias 3] van de fraude-afdeling van de ING. Deze alias was al in meerdere aangiftes naar voren gekomen, waarbij sprake was van een zelfde modus operandi als hierboven omschreven. Van dat oplichtingsgesprek is een geluidsopname gemaakt. De politie heeft hierop de stem van “mevrouw [alias 3] ” herkend als de stem van
[medeverdachte 2] .[medeverdachte 2] was op dat moment de partner van [medeverdachte 1] . Ook de stem van [medeverdachte 1] wordt hierop herkend, terwijl hij zich voordoet als bankmedewerker onder de naam “ [alias 1] ”.
Op 16 september 2022 is aangeefster [aangeefster 2] opgelicht en op 12 april 2023 is aangeefster [aangeefster 3] slachtoffer geworden van oplichting. In beide zaken zijn de aangevers gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker met de naam “ [alias 4] ”. Hierbij is gebruik gemaakt van twee verschillende IMEI nummers, namelijk IMEI nummer [IMEI 1] (iPhone 7) en IMEI nummer [IMEI 2] (iPhone 11). Van beide IMEI nummers werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Voornoemde telefoons blijken in gebruik te zijn geweest bij
[medeverdachte 3].
Op 25 juli 2023 is met aangeefster [aangeefster 4] (zaaknummer 1) een oplichtingsgesprek gevoerd met genoemde iPhone 11, waarvan een geluidsopname is gemaakt. Zij werd gebeld door “ [alias 4] ”. Verbalisanten herkennen hierop de stem van [medeverdachte 3] in dat geluidsfragment.
Uit de bankafschriften van beide rekeningen van [medeverdachte 5] blijkt dat er meermalen overboekingen hebben plaatsgevonden naar Coinbase, buitenlandse rekeningen en naar diverse rekeningen in gebruik bij
[medeverdachte 6] .
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn op 1 augustus 2023 aangehouden. Daarbij zijn hun woningen doorzocht en zijn telefoons en laptops in beslag genomen en door de politie onderzocht. Sinds hun aanhouding is er geen enkele aangifte meer binnengekomen van bankhelpdeskfraude door medewerkers van banken met de namen [alias 1] , [alias 4] , [alias 2] en [alias 3] . Op een later moment zijn [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 6] aangehouden, waarbij ook gegevensdragers in beslag zijn genomen.
4.3.4.Verschillende rollen
De rechtbank stelt vast dat verdachten betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde oplichting en komt nu toe aan de bespreking van de wijze waarop en de mate waarin de verschillende verdachten betrokken zijn geweest bij de bankhelpdeskfraude. Die betrokkenheid blijkt uit het volgende.
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn onder andere meerdere iPhones en laptops in beslag genomen. In de kelder was een soort “belcentrum” ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Er stonden twee bureautafels, drie bureaustoelen, een PC met monitor, twee laptops, drie headsets, vier mobiele telefoons en er lagen meerdere simkaarten die nog in de verpakking zaten. Op de telefoons en de laptops van [medeverdachte 1] zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over aangevers, belscripts, leads en notities met persoonsgegevens en e-mailadressen van slachtoffers en daarbij de namen van de ABN AMRO bank, de ING bank en de Rabobank en aanwijzingen dat van een spoof-programma gebruik werd gemaakt.
In een ander strafrechtelijk onderzoek Gamila is een iPhone 13 bij [medeverdachte 4] in beslag genomen. Hierin stonden chatgesprekken met “ [alias 5] ” die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tussen 14 februari 2022 en 11 mei 2022 worden er meerdere foto’s en screenshots gestuurd door “ [alias 5] ”. Uit gestuurde foto’s door “ [alias 5] ” van zichzelf stelt de rechtbank vast dat het telefoonnummer toebehoort aan [medeverdachte 1] . Uit deze chatgesprekken volgt dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] met elkaar bespraken welke bestellingen gedaan moesten worden met het weggenomen geld, dat over leads gesproken werd en dat [medeverdachte 4] degene was die dingen kon “fiksen”.
De rechtbank concludeert, dat [medeverdachte 1] - onder een alias - als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude. Zijn rol bleef niet beperkt tot het louter voeren van oplichtingsgesprekken. Hij bemoeide zich ook actief met het voortraject (vergaren van leads) en het natraject (uitcashen). Hiervoor stond hij in nauw contact met meerdere medeverdachten, onder wie [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] .
Op de telefoon van [medeverdachte 2] zijn meerdere zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. Hierbij valt te denken aan de grote hoeveelheid chatgesprekken met [medeverdachte 1] over aangevers en betaallinks, belscripts, leads en notities met persoonsgegevens en e-mailadressen van aangevers en daarbij de namen van ABN AMRO, ING en Rabobank. Ook uit de grote hoeveelheid aangetroffen chats blijkt dat [medeverdachte 2] nauw samenwerkte met [medeverdachte 1] , waarbij hij haar opdrachten gaf en ondersteunde als zij oplichtingsgesprekken voerde. Hieruit volgt dat [medeverdachte 2] door [medeverdachte 1] is opgeleid als beller en vervolgens als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude, waarbij zij een belscript hanteerde, gebruik maakte van leads en van specifiek voor oplichting gecreëerde e-mailadressen. Hierbij onderhield zij nauw contact met meerdere medeverdachten, en met name met [medeverdachte 1] , die op dat moment ook haar partner was. Tijdens het bellen maakte zij gebruik van een alias.
De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 2] - onder de alias [alias 3] - als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude.
Op de onder [medeverdachte 3] in beslag genomen telefoons zijn data aangetroffen die gerelateerd konden worden aan aangiftes van bankhelpdeskfraude waarin melding werd gemaakt van
“ [alias 4] ”. Ook blijkt uit de telefoons dat hij diverse gesprekken heeft gevoerd over leads. Tevens is een mapje met nieuwe leads (van Essent en Energiedirect) aangetroffen, is een afbeelding van een e-mail van “Rabobank Hoofdkantoor” aangetroffen, en spreekt [medeverdachte 3] (met [medeverdachte 4] onder de naam “ [alias 6] ”) over onder andere bestellingen bij MediaMarkt en Amazon.
De rechtbank concludeert, dat [medeverdachte 3] - onder de alias [alias 4] - als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude. Zijn rol bestond niet louter uit het voeren van oplichtingsgesprekken, maar strekte zich ook uit tot het voortraject (onder andere het verkrijgen van leads) en het natraject (bijvoorbeeld het bestellen en/of het laten ophalen van pakketjes bij MediaMarkt en Amazon). Hij heeft daarbij e-mailberichten naar aangevers gestuurd door gebruikmaking van verschillende e-mailadressen van zogenaamde fraudeafdelingen van verschillende banken. Hierbij onderhield hij - in periodes - nauw contact met meerdere medeverdachten, waaronder met name [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] .
Op een onder [medeverdachte 4] in beslag genomen iPhone 13 zijn meerdere berichten, foto’s en screenshots aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. Daarnaast blijkt de betrokkenheid van [medeverdachte 4] uit het navolgende.
Zoals hiervoor al is vastgesteld, waren aan het rekeningnummer van [verdachte] twee e-mailadressen gekoppeld, te weten: [e-mailadres 2] en [e-mailadres 3] . Deze e-mailadressen zijn gebruikt voor Marktplaatsadvertenties waarmee betaallinks zijn gecreëerd. De gebruiker van het e-mailadres [e-mailadres 2] heeft zich geregistreerd met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Dat telefoonnummer komt terug in de telefoongegevens van [medeverdachte 6] , onder de naam ‘ [alias 7] ”. Op basis van een audiogesprek dat is vergeleken met spraakberichten van [medeverdachte 4] is de rechtbank van oordeel dat [alias 7] [medeverdachte 4] betreft en daarmee de gebruiker was van het telefoonnummer eindigend op - [nummer] en het e-mailadres [e-mailadres 2] .
Voorts volgt uit het dossier dat [medeverdachte 4] - in ieder geval - op 1 april 2023 de pinpas van de zakelijke bankrekening van [verdachte] in zijn bezit had en daarmee geld heeft gepind.
In de iPhone 13 staan chatgesprekken met “ [alias 5] ”. Uit gestuurde foto’s door “ [alias 5] ” van zichzelf blijkt dat “ [alias 5] ” [medeverdachte 1] is. Uit deze chatgesprekken volgt dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] met elkaar bespraken welke bestellingen gedaan moesten worden met het weggenomen geld, dat over leads gesproken werd en dat [medeverdachte 4] degene was die dingen kon “fiksen”.
Dergelijke “fiks-gesprekken” volgen ook uit de aangetroffen chatgesprekken in de aangetroffen telefoon van [medeverdachte 3] .
De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 4] degene is geweest die [verdachte] heeft benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen, dat hij geld van die rekening heeft gepind en doorgesluisd, dat hij (“ [alias 7] ”) opdrachten aan [medeverdachte 6] heeft gegeven om pakketjes op te halen, dat hij ook anderen regelde om pakketjes op te halen, dat hij Marktplaatsaccounts heeft gegenereerd en betaallinks heeft gecreëerd, dat hij andere verdachten van leads heeft voorzien en dat hij (mede) heeft bepaald wat er werd besteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zijn rol kan worden geduid als “spin in het web” en dat deze daarmee van aanzienlijke en cruciale betekenis was.
De rechtbank constateert op basis van het dossier dat [medeverdachte 5] betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude.
[verdachte] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] is benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen en dat [medeverdachte 5] “ [alias 8] ” wordt genoemd. Dit volgt ook uit proces-verbaal nummer 75 waaruit blijkt dat ene “ [alias 9] ” gegevens in de app deelt, die rechtstreeks naar [medeverdachte 5] te herleiden zijn. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat “ [alias 9] ” en “ [alias 8] ” [medeverdachte 5] betreft.
Uit onder meer de chatgesprekken met [medeverdachte 6] , - en een geluidsfragment op de telefoon van [medeverdachte 6] - blijkt dat [medeverdachte 5] op meerdere data in rechtstreeks contact staat met [medeverdachte 6] en daarin opdrachten geeft, zoals:
- “Zorg dat jullie klaarstaan (…) Blijf daar. Blijf Heerhugowaard. Tot ik je zag als je moet bewegen. We zijn daar nu op bezig. Heb je QR ontvangen? Je moet race (…) Die man wordt wantrouwig. Die vis. Zie die bestelling is opgehaald. Heerhugowaard staat ook op jouw naam. (…) Blijf appen met me” en
- “Doe je kankercapuchon af en haal je foto weg. Er staat popo voor MediaMarkt”
- “1 deze dagen lekkere doekoe. (…) Heb zelf ook gedaan. (…) Ik ging proefkonijn. (…) “Fiks allemaal mensen die willen”
- “Pak 150 voor jezelf en geeft Turk 150. En bewaar de rest. (…) “Geef het door even aan [alias 7] ”
- “Ik stuur jou met hun omdat ik je kan vertrouwen”
- “Ik betaal jou wat hij hem geeft”
- “100 K vandaag; gisteren 35 K”
In lijn met bovenstaande chats, blijkt uit de bankafschriften van beide BUNQ rekeningen van [medeverdachte 5] dat er in dezelfde periode ook daadwerkelijk betalingen worden verricht aan diverse rekeningen in gebruik bij [medeverdachte 6] .
Zoals eerder in dit vonnis al is overwogen zijn grote sommen geld van de rekening van [verdachte] , waarop na het voeren van oplichtingsgesprekken geld van aangevers stond, doorgeboekt naar 2 BUNQ rekeningen van [medeverdachte 5] .
Verder blijkt uit de bankafschriften van beide rekeningen van [medeverdachte 5] dat er meermalen overboekingen hebben plaatsgevonden naar buitenlandse rekeningen op naam van [medeverdachte 5] . Hoewel [medeverdachte 5] de wetenschap van het bestaan van deze rekeningen ontkent, blijkt het tegendeel uit het dossier. In de telefoon van [medeverdachte 1] is een chatgesprek aangetroffen met [medeverdachte 4] , waarin reeds op 12 december 2022 een afbeelding is verstuurd van een van een e-mail, ondertekend door [medeverdachte 5] , waarin hij zelf vraagt om zijn salaris over te maken naar een buitenlandse rekening op zijn naam.
De rechtbank concludeert dan ook dat [medeverdachte 5] een aansturende en coördinerende rol heeft gehad. De rol van [medeverdachte 5] is daarom van groter gewicht dan die van [verdachte] , zoals de rechtbank hierna uiteen zal zetten.
heeft bij de rechter-commissaris en ter zitting verklaard dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hem hadden gevraagd of zij geld op zijn rekening mochten storten. Ook werd afgesproken dat [verdachte] een percentage van dat geld zou krijgen. Hij heeft toen zijn bankpas en inloggegevens aan [medeverdachte 4] ter beschikking gesteld.
De rechtbank leidt uit de verklaring van [verdachte] af, dat hij in ieder geval tot op een zeker moment ook zelf nog toegang had tot zijn internet bankierenapp. Hij geeft immers aan dat hij de bedragen omhoog zag gaan en zelfs een bedrag van € 60.000,- heeft gezien. Ook is gebleken dat hij nadien nog met zijn eigen bankpas geld heeft gepind en dat er leefgeld op zijn rekening werd gestort.
De rechtbank concludeert dat de rol van [verdachte] beperkt is gebleven tot het ter beschikking stellen van zijn bankrekening aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . Hij kon zien wat voor geldbedragen er op de bankrekening werden gestort en waar die geldbedragen vandaan kwamen. [verdachte] heeft de rechtbank niet duidelijk kunnen maken waarom hij, ondanks dat hij vermoedde dat een en ander niet helemaal in de haak was, toch zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld.
heeft verklaard dat hij pakketjes heeft opgehaald bij MediaMarkt in opdracht van anderen en dat hij deze vervolgens heeft afgestaan. Hij heeft voor ieder opgehaald pakketje € 150,- gekregen. Hij is in ieder geval bij MediaMarkt in Heerhugowaard, bij MediaMarkt in Leeuwarden en, samen met [persoon 2] , bij MediaMarkt in Utrecht geweest. De pakketjes konden alleen worden opgehaald als zijn naam erop stond. Hij moest zich namelijk telkens legitimeren. Hij heeft verklaard dat hij niet wist dat de pakketjes met geld afkomstig van oplichting waren betaald.
Van het door Online Payments Foundation via [verdachte] naar [medeverdachte 5] doorgestorte geld is uiteindelijk vanaf zowel de privé bankrekening als van de zakelijke bankrekening van [medeverdachte 5] geld op de rekening van [medeverdachte 6] gestort. Uit de chatgesprekken met “ [alias 9] ” ( [medeverdachte 5] ) en “ [alias 7] ” ( [medeverdachte 4] ) die zijn aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 6] volgt dat hij van hen opdrachten kreeg om bestellingen bij verschillende vestigingen van de MediaMarkt op te halen, adressen te fiksen en een betaalrekening te openen. Tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] werden Marktplaats betaalverzoeken en betaallinks heen en weer gestuurd met een omschrijving: “annulering”, en er werd gevraagd om handelingen te doen op crypto.com of SwissBorg.
De rechtbank concludeert dat deze rol als “ophaler van pakketten” en daarmee, ten opzichte van de andere verdachten, als een kleinere rol kan worden geduid.
4.3.6.Medeplegen oplichting
4.3.6.1.
Juridisch kader
Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
4.3.6.2.
Het oordeel van de rechtbank
Bij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. De in het kader van deze oplichting te verrichten handelingen duiden op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het aanmaken van
e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het versturen van WhatsApp-berichten en
e-mails met daarin betaallinks en afspraakbevestigingen naar de aangevers, het plaatsen van bestellingen bij webshops, het klaar hebben staan van mensen die de bestelde pakketjes gaan ophalen, het contant opnemen van geld, zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.
In de gehele keten van voornoemde handelingen, was het uiteindelijke doel om geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een zeer nauw, chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar.
De rechtbank kan op basis van het dossier niet méér vaststellen dan dat [verdachte] zijn zakelijke bankrekening ter beschikking heeft gesteld aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en dat hij een zeer klein deel van de opbrengsten van de fraude heeft ontvangen. Op die bankrekening werd telkens geld afkomstig van een gevoerd oplichtingsgesprek overgemaakt. Hoewel het ter beschikking stellen van een bankrekening een essentiële schakel is in de bankhelpdeskfraude, is de bijdrage van [verdachte] in dit geval, in zowel materiële als intellectuele zin, van onvoldoende gewicht geweest om hem te kunnen aanmerken als medepleger van oplichting. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde feit.