ECLI:NL:RBZWB:2026:837
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste CO2-uitstoot en afwijzing herleidingsmethode
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €2.548 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelt het beroep en stelt vast dat de CO2-uitstoot correct moet worden vastgesteld op 150 gram per kilometer, wat leidt tot een bruto BPM van €11.671.
De rechtbank wijst het beroep op de herleidingsmethode af op grond van een recent arrest van de Hoge Raad. De afschrijving op de auto kan niet plaatsvinden via de taxatiemethode wegens onvoldoende bewijs van meer dan normale gebruiksschade. De rechtbank stelt de handelsinkoopwaarde vast op €26.293 volgens de koerslijst van Xray, en wijst het beroep op interne compensatie door de inspecteur af vanwege het vertrouwensbeginsel.
De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €1.576, rekening houdend met reeds betaalde BPM. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de inspecteur en de Staat gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld. Ook wordt een proceskostenvergoeding van €3.200 aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag, en veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers en griffier R.J.M. de Fouw op 10 februari 2026.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €1.576 en belanghebbende ontvangt immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding.