Uitspraak
1.De procedure
- het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd,
- deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 februari 2026 een ontnemingsvonnis gewezen tegen de veroordeelde, die tevens is veroordeeld voor medeplegen van oplichting. De ontnemingsvordering is ingediend als vangnet om het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te vorderen. De rechtbank baseert zich op het vonnis in de hoofdzaak en het rapport van de politie waarin het voordeel is berekend.
De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde betrokken was bij 18 gevallen van bankhelpdeskfraude en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op €49.962,35, gebaseerd op een pondspondsgewijze verdeling van het voordeel per bewezenverklaarde oplichting. De verdediging betwistte de omvang van het voordeel en stelde dat de veroordeelde niet de eindbegunstigde was van het merendeel van het geld.
Op de zitting is uitsluitend gedebatteerd over de hoogte van de aan benadeelde partijen toegekende vorderingen en de betalingsverplichting. Vanwege de hoofdelijke veroordeling in de hoofdzaak en de noodzaak van een pondspondsgewijze verdeling bij ontneming, kan de rechtbank de betalingsverplichting op dit moment niet vaststellen en stelt deze voorlopig op nihil. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Ontneming van €49.962,35 vastgesteld, betalingsverplichting voorlopig op nihil gesteld.