Veroordeelde is op 10 februari 2026 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor medeplegen van oplichting, gepleegd in 55 gevallen van bankhelpdeskfraude tussen december 2021 en juli 2023. Tegelijkertijd is een ontnemingsvordering behandeld, waarbij de officier van justitie een bedrag van circa €125.123,62 aan wederrechtelijk verkregen voordeel vorderde, gebaseerd op een politie-rapport.
De verdediging stelde dat het voordeel slechts €20.000,- bedroeg. De rechtbank baseerde zich op het vonnis in de hoofdzaak en het ontnemingsrapport, waarbij een pondspondsgewijze verdeling werd gehanteerd op basis van betrokkenheid per bewezenverklaarde oplichting. Dit leidde tot een geschat wederrechtelijk verkregen voordeel van €127.507,16.
De rechtbank erkent dat de ontnemingsvordering als vangnet dient en dat dubbele betaling moet worden voorkomen. Omdat de hoofdzaak een hoofdelijke veroordeling bevat en onduidelijk is wie in welke mate zal bijdragen aan de voldoening van de vorderingen, kan de betalingsverplichting op dit moment niet worden vastgesteld en wordt deze voorlopig op nihil gesteld.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De rechtbank legt de betalingsverplichting op nihil, maar stelt het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €127.507,16.