Eiseres heeft op 10 september 2025 een aanvraag ingediend bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister had uiterlijk op 23 oktober 2025 moeten beslissen, inclusief een eenmalige verlenging en een opschorting van één dag. De minister heeft echter niet tijdig besloten, ondanks een ingebrekestelling op 27 oktober 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt de minister op binnen twee weken na de uitspraak een besluit te nemen. Gezien de complexiteit en het aantal documenten (4.037) die geschoond moeten worden, verlengt de rechtbank deze termijn naar twee maanden na verzending van de uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
De minister moet ook het griffierecht van € 385 en proceskosten van € 467 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om een lagere dwangsom af, omdat dit de eerste keer is dat beroep wordt ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 11 februari 2026.