ECLI:NL:RBZWB:2026:9
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens beperkte waardevermindering door schade
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €2.899 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelt het beroep en stelt vast dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar dat het bedrag te hoog is vastgesteld.
De auto, een Jaguar F-Type P300 RWD, werd geregistreerd met een historische nieuwprijs van €121.501 en een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van €66.229. Belanghebbende voerde aan dat er sprake was van waardevermindering door schade, onderbouwd met een taxatierapport. De inspecteur liet een hertaxatie uitvoeren die geen schade constateerde.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade aan het linkervoorportier en de achterklep. De waardevermindering wordt vastgesteld op €712, wat leidt tot een handelsinkoopwaarde in beschadigde staat van €65.517. Op basis hiervan wordt de verschuldigde BPM berekend op €16.883, waartegenover een reeds betaalde BPM van €14.164 staat, zodat de naheffingsaanslag wordt verminderd tot €2.719.
Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €273 voor rekening van de inspecteur en €727 voor rekening van de Staat. Tevens wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €2.719 en immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.