ECLI:NL:RBZWB:2026:92
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens ontbreken machtiging en verklaring van erfrecht
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen de erven van [belanghebbende] en de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep van de erven was gericht tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021, ten name van wijlen [belanghebbende]. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde van de belanghebbenden geen machtiging en verklaring van erfrecht had ingediend. De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere keren in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, maar dit is niet gebeurd. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen verontschuldiging voor het verzuim is gegeven en dat de gemachtigde niet de bedoeling had om voor zichzelf in beroep te komen. Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen en bleef het bestreden besluit in stand. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.