ECLI:NL:RBZWB:2026:93
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake invorderingsmaatregelen naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft op 15 augustus 2024 beroep ingesteld tegen invorderingsmaatregelen die zijn genomen in verband met een naheffingsaanslag omzetbelasting. Tevens verzocht belanghebbende om uitstel van betaling van deze aanslag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk onbevoegd was om over de zaak te oordelen.
De rechtbank overweegt dat het innen van belastingen tot de taak van de ontvanger van de Belastingdienst behoort en dat de belastingrechter in principe niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Hoewel voor bepaalde besluiten uitzonderingen gelden, vallen het uitvoeren van invorderingsmaatregelen en het beoordelen van verzoeken om uitstel van betaling hier niet onder.
Belanghebbende wordt verwezen naar de ontvanger zelf voor het verzoek om uitstel van betaling en naar de burgerlijke rechter voor geschillen over de uitvoering van invorderingsmaatregelen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst het beroep af. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen invorderingsmaatregelen en het verzoek om uitstel van betaling van de naheffingsaanslag omzetbelasting.