ECLI:NL:RBZWB:2026:939
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Zeeland-West-Brabant de beroepen van belanghebbende tegen het uitblijven van beslissingen op bezwaar tegen belastingbesluiten. Na een eerdere uitspraak van 20 juni 2025 waarin de inspecteur werd opgedragen de bezwaarschriften in behandeling te nemen, stelde belanghebbende de inspecteur op 11 augustus 2025 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat deze termijn pas na afloop van de termijn voor hoger beroep begint te lopen. De inspecteur had derhalve tot uiterlijk 12 september 2025 om een beslissing te nemen. Omdat de ingebrekestelling van belanghebbende op 11 augustus 2025 werd gedaan, was deze prematuur en daarmee niet rechtsgeldig.
Gevolg hiervan is dat de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn verklaard, waardoor de rechtbank niet inhoudelijk op de beroepen kan ingaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De inspecteur blijft wel verplicht om alsnog een beslissing op de bezwaren te nemen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 13 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken na bekendmaking een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze beslissing.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.