ECLI:NL:RBZWB:2026:96

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2223
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingbesluit

Belanghebbende heeft zijn beroep tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst ingetrokken naar aanleiding van een intrekkingsvoorstel van de inspecteur. Bij deze intrekking verzocht belanghebbende om een vergoeding van de gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht.

De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. De inspecteur stemde in met het vergoeden van de proceskosten en het griffierecht, waarbij het griffierecht onderdeel uitmaakt van het intrekkingsvoorstel.

De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is om de proceskostenvergoeding toe te wijzen, maar niet het griffierecht kan veroordelen omdat dit niet onder proceskosten valt. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 11,00 aan proceskosten aan belanghebbende. Voor het griffierecht dient belanghebbende zich rechtstreeks tot de inspecteur te wenden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 januari 2026 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 11,00 aan proceskosten aan belanghebbende na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2223

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de inspecteur. Hij heeft het beroep ingetrokken naar aanleiding van het intrekkingsvoorstel van de inspecteur op 20 mei 2025.
1.1.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat een veroordeling in de proceskosten onderdeel uitmaakt van het intrekkingsvoorstel. De inspecteur gaat akkoord met het vergoeden van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding voor de gemaakte proceskosten van € 11,00 en het betaalde griffierecht van € 53,00. De inspecteur heeft aangegeven akkoord te zijn met het vergoeden hiervan.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van zijn proceskosten?
3. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te beslissen en wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten van € 11,00. De inspecteur moet deze vergoeding betalen, voor zover hij deze kosten nog niet heeft betaald.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
4. Tussen belanghebbende en de inspecteur is in het intrekkingsvoorstel afgesproken dat belanghebbende het griffierecht van € 53,00 vergoedt krijgt door de inspecteur. Omdat het griffierecht niet valt onder proceskosten, heeft de rechtbank niet de bevoegdheid om deze kosten mee te nemen in de uitspraak. Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden in het geval de inspecteur deze kosten nog niet heeft betaald.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 11,00,- aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).