Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
3.4. Tussen partijen is in geschil of eiseres verweerder in gebreke heeft gesteld. De gemachtigde van eiseres stelt dat hij de ingebrekestelling per e-mail op 22 mei 2025 heeft verzonden naar het e-mailadres van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) waar ook het verzoek om aanvullende schadevergoeding moest worden ingediend. Verweerder geeft in het verweerschrift van 8 juli 2025 aan dat de ingebrekestelling niet is ontvangen, met verwijzing naar overgelegde interne correspondentie, en dat bij ontvangst van de ingebrekestelling door de CWS er geen doorzendplicht geldt omdat de CWS geen bestuursorgaan is. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres op 7 augustus 2025 een schermafbeelding van de e-mail overgelegd waarin, onder andere, de datum en het e-mailadres waarnaar de e-mail is verzonden staan. De e-mail betreft een begeleidend schrijven en de gemachtigde van eiseres stelt dat de ingebrekestelling als bijlage bij de e-mail is bijgevoegd. Verweerder heeft op 26 augustus 2025 een aanvullend verweerschrift ingediend, maar in dit verweerschrift reageert hij niet op de schermafbeelding of met nieuwe stukken.
3.8 Op grond van het voorgaande is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk op 10 juli 2026 na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.