ECLI:NL:RBZWB:2026:978
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met diverse bijgebouwen en zonnepanelen, gelegen op een perceel van 608 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2024 vast op €727.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en een lagere waarde van €678.300 voorstelde.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde is vastgesteld aan de hand van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in de omgeving rond de waardepeildatum. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix en gebruikte drie referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar werden geacht.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde explosief was gestegen en dat bepaalde bijgebouwen en zonnepanelen niet meegenomen mochten worden. De rechtbank oordeelde dat de waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele marktgegevens en dat de heffingsambtenaar de bijgebouwen terecht had meegenomen. De zonnepanelen die belanghebbende noemde, waren niet in de waardering verwerkt.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €727.000 gehandhaafd.