ECLI:NL:RBZWO:2001:AB2675
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanwijzing hondenuitlaatstroken als besluit van algemene strekking
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Dronten tot definitieve vaststelling van hondenuitlaatstroken op basis van artikel 63 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechtbank oordeelt dat het besluit een zogenaamd 'ander' besluit van algemene strekking is, waartegen beroep mogelijk is volgens artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser is ontvankelijk in zijn beroep ondanks dat het beroepschrift na de termijn is ingediend, omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar is door onjuiste rechtsmiddelenverwijzing door verweerder.
Inhoudelijk is het hondenbeleid van verweerder niet kennelijk onredelijk en is het besluit genomen conform de gestelde criteria, waaronder minimale oppervlakte, afstand tot woningen en visuele afbakening. De rechtbank vindt dat verweerder de belangen voldoende heeft afgewogen en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat het besluit onredelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot aanwijzing van hondenuitlaatstroken wordt ongegrond verklaard.