ECLI:NL:RBZWO:2003:AF4772
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken definitieve samenwerkingsovereenkomst en onzorgvuldig opschorten werkzaamheden
De zaak betreft een geschil tussen Van Schijndel c.s. en [Y] c.s. over een beoogde samenwerking in Ros B.V., een bedrijf gericht op onderhoud en reparatie van afvalsystemen. Partijen hadden een bedrijfsplan besproken en waren het eens over de kaders, maar belangrijke afspraken zoals zeggenschap, financiering en arbeidsvoorwaarden waren nog niet definitief vastgelegd.
Ondanks het ontbreken van een definitieve overeenkomst zijn al wel handelingen verricht zoals het aangaan van een huurovereenkomst en het starten van werkzaamheden. Op 15 augustus 2001 schortten [Y] en [Z] hun werkzaamheden zonder voorafgaande mededeling op, wat onzorgvuldig was jegens Van Schijndel c.s. Van Schijndel c.s. stelden dat hiermee de samenwerking feitelijk was beëindigd en vorderden schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.
De rechtbank oordeelde echter dat de opschorting van werkzaamheden niet gelijkstaat aan beëindiging van de samenwerking. Partijen waren nog in onderhandeling en hadden niet definitief de samenwerking beëindigd. Van Schijndel c.s. hadden zelf de onderhandelingen afgebroken en de samenwerking beëindigd. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en Van Schijndel c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat geen definitieve samenwerkingsovereenkomst is gesloten en de opschorting van werkzaamheden niet gelijkstaat aan beëindiging van de samenwerking.