ECLI:NL:RBZWO:2004:AO2603
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping verstekvonnis wegens niet tijdige dagvaarding
De zaak betreft een vordering van eiser tot herroeping van een verstekvonnis dat op 12 juni 2002 tegen hem was gewezen. Eiser stelde dat Centrada bedrog had gepleegd door onjuiste informatie te verstrekken over de opeisbaarheid van de vordering, waardoor de verjaringstermijn zou zijn omzeild.
De kantonrechter stelde vast dat het verstekvonnis op 8 juli 2002 aan eiser was betekend en dat hij binnen vier weken verzet had kunnen instellen, wat niet is gebeurd. Hierdoor ging het vonnis op 7 augustus 2002 in kracht van gewijsde. De termijn van drie maanden voor herroeping begon pas daarna te lopen, maar eiser heeft Centrada pas op 11 december 2002 gedagvaard, wat te laat was.
Daarnaast overwoog de kantonrechter dat eiser al op 11 juli 2002 op de hoogte was van de aard en de ouderdom van de vordering, en dat hij dus in de verzetprocedure zijn verweren had kunnen aanvoeren. Het niet instellen van verzet kwam voor zijn risico en kon niet worden hersteld via herroeping.
De kantonrechter verklaarde eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het verstekvonnis wordt afgewezen wegens niet tijdige dagvaarding en het niet benutten van het rechtsmiddel van verzet.