ECLI:NL:RBZWO:2004:AR3171
Rechtbank Zwolle
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gevolgen onjuiste betekening dagvaarding en niet-ingeroepen ontbindende voorwaarde bij koop woning
Op 19 oktober 2002 sloten partijen een koopovereenkomst voor een woning met levering gepland op 2 december 2002. Koper diende een waarborgsom te storten en kon bij niet-naleving een boete van 10% van de koopsom verbeuren. Koper slaagde er niet in tijdig financiering te verkrijgen en verscheen niet bij de notaris op de leveringsdatum. Verkopers verkochten de woning vervolgens aan een derde.
Koper werd door verkopers gedagvaard wegens betaling van boete en schadevergoeding. Bij verstekvonnis werd koper veroordeeld. Koper kwam in verzet en stelde dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats had en dat de ontbindende voorwaarde was ingeroepen. De rechtbank oordeelde dat koper wel degelijk een vaste woonplaats had en dat de betekening van de dagvaarding onjuist was, maar dit niet tot nietigheid leidde omdat koper alsnog verweer kon voeren.
De rechtbank stelde vast dat koper de ontbindende voorwaarde niet schriftelijk en tijdig had ingeroepen conform het contract, waardoor verkopers recht hadden op boete en schadevergoeding. Ambtshalve matiging van de boete was niet mogelijk. De kosten van de onjuiste betekening werden verkopers opgelegd, maar de proceskosten van het geding kwamen voor rekening van koper. Het verstekvonnis werd bekrachtigd met aanpassing van de proceskosten.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd; koper is de boete en schadevergoeding verschuldigd en veroordeeld in de proceskosten.