ECLI:NL:RVS:1996:AF9393
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning en bestuursdwang voor veeschuilplaats wegens onjuiste opgave en strijd met bestemmingsplan
Appellant had bouwvergunningen gekregen voor het oprichten van een veeschuilplaats op agrarisch gebied, maar deze werden ingetrokken omdat het bouwwerk niet voor agrarisch bedrijf, maar voor hobbymatig gebruik door derden werd gebruikt. Verweerders stelden dat de vergunningen waren verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, aangezien appellant niet had gemeld dat het bouwwerk hobbymatig gebruikt zou worden.
De Raad van State oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat het gebruik voor hobbymatig stallen van paarden relevant was voor de vergunningverlening en dat het verzwijgen daarvan een onjuiste opgave vormde. Het bestemmingsplan verbood het gebruik van het perceel voor dergelijke schuilgelegenheden zonder agrarisch doel, waardoor de vergunningen terecht werden ingetrokken.
Daarnaast werd de bestuursdwangsmaatregel gehandhaafd omdat het bouwwerk zonder geldige vergunning was opgericht en geen uitzicht bestond op legalisering. De Raad van State vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van bestuursdwang onredelijk maakten en verwierp het beroep van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de intrekking van de bouwvergunningen en bestuursdwangsmaatregel worden gehandhaafd.