ECLI:NL:RVS:1996:ZF2482
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van commissie om te beslissen op bezwaar onder de Awb
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de vraag of een commissie voor bezwaar- en beroepschriften bevoegd is om te beslissen op een bezwaar tegen een bestuursdwangbesluit van burgemeester en wethouders van Alkemade. De commissie had het bezwaar ongegrond verklaard, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat de commissie niet bevoegd was tot toepassing van bestuursdwang zonder uitdrukkelijke wettelijke grondslag.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen ook moet beslissen op het bezwaar, tenzij een formele wet uitdrukkelijk anders bepaalt. De gemeentelijke verordening die de commissie deze bevoegdheid gaf, bevatte geen zodanige uitdrukkelijke grondslag en was daarmee in strijd met de Awb.
De Raad stelde vast dat de bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang niet automatisch wordt overgedragen aan de commissie door de Gemeentewet. Hierdoor was het besluit van de commissie onbevoegd genomen en moest het worden vernietigd. De zaak benadrukt het belang van een duidelijke wettelijke basis voor de overdracht van bestuursbevoegdheden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit van de commissie wegens onbevoegdheid om op bezwaar te beslissen.