ECLI:NL:RVS:1998:AB0298
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningverlening kernenergiecentrale wegens procedurele gebreken
In deze zaak hebben meerdere appellanten beroep ingesteld tegen het besluit van 2 augustus 1994 waarbij aan de N.V. Electriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) vergunningen werden verleend voor het wijzigen en exploiteren van de kernenergiecentrale te Borssele, inclusief het lozen van radioactieve stoffen.
De Raad van State oordeelt dat het besluit in strijd is met de artikelen 15a en 30 van de Kernenergiewet, het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, omdat de Minister van Verkeer en Waterstaat, als orgaan belast met het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater waarin de lozing plaatsvindt, niet betrokken is bij de besluitvorming.
Verder wordt een wrakingsverzoek van een appellant afgewezen wegens gebrek aan specificiteit. De Raad stelt vast dat voortzetting van het onderzoek niet nodig is en verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en betaalde griffierechten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele betrokkenheid van alle bevoegde ministers bij vergunningverlening in het kader van de Kernenergiewet, met name bij milieubelastende activiteiten zoals lozing van radioactieve stoffen.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening aan EPZ wordt vernietigd wegens het niet betrekken van de Minister van Verkeer en Waterstaat.