ECLI:NL:RVS:1999:AA3603
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- J.H.B. van der Meer
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedoogverklaring en handhaving dakopbouw in strijd met bestemmingsplan
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van burgemeester en wethouders van Nuth betreffende een gedoogverklaring voor een dakopbouw op een bestaande berging en een aanschrijving tot sloop van een gedeelte van die berging. De burgemeester en wethouders hadden onder voorwaarden een gedoogverklaring afgegeven, maar deze later ingetrokken en handhavend opgetreden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorwaarden van het gedoogbesluit slechts terughoudend getoetst mogen worden, omdat een gedoogbesluit niet gelijkgesteld kan worden aan een vergunning. De voorwaarden waren gericht op het voorkomen van gebruik van het illegale gedeelte en het vermijden van precedentwerking.
Verder stond vast dat voor de dakopbouw geen bouwvergunning was verleend en dat de berging inclusief dakopbouw in strijd was met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de toegestane oppervlakte. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond voor het onderdeel over ontvankelijkheid, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking had op de gedoogverklaring en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Voor het overige werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken van de gedoogverklaring wordt niet-ontvankelijk verklaard, overige beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.