ECLI:NL:RVS:1999:AA3632
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.W.M. Vos-van Gortel
- W. Konijnenbelt
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Drenthe over urgentie sanering bodemverontreiniging Gasfabriek Coevorden
Bij besluit van 17 maart 1998 stelde gedeputeerde staten van Drenthe vast dat er ernstige bodemverontreiniging op de locatie Gasfabriek Coevorden was en dat sanering urgent was, met een termijn van vier jaar voor aanvang. Dit besluit werd herroepen bij een besluit van 2 oktober 1998 na bezwaar van B.V. Gasfabriek Coevorden. Appellant stelde dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat het eerste besluit niet zou worden herroepen en betoogde dat de herroeping onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelde dat gedeputeerde staten bij het vaststellen van urgentie rekening moeten houden met risico's voor mens, plant of dier en dat de sanering binnen vier jaar moet beginnen indien urgentie wordt vastgesteld. Niet in geschil was dat de bodem ernstig verontreinigd was, maar verweerders vonden de gebruikte rapporten onvoldoende specifiek om de urgentie te onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het besluit tot herroeping onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerders ten onrechte het bezwaar hadden behandeld door het primaire besluit te herroepen en een nieuw besluit afhankelijk te stellen van nader onderzoek, wat strijdig is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en verweerders veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van gedeputeerde staten van Drenthe wordt vernietigd.