ECLI:NL:RVS:1999:AB1720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving woning in strijd met bestemmingsplan en bestuursdwang
Appellanten, exploitanten van een rundveehouderij nabij een perceel met een woning, maakten bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Zaanstad om de woning zonder bouwvergunning te handhaven. De woning was opgericht als noodwoning zonder vergunning en stond op grond bestemd voor agrarische doeleinden, waardoor het bestemmingsplan het gebruik als woning niet toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat de woning in strijd met de Woningwet was opgericht en dat burgemeester en wethouders bevoegd waren bestuursdwang toe te passen.
De Afdeling stelde dat het overgangsrecht in het bestemmingsplan niet verhinderde dat bestuursdwang werd opgelegd, omdat het bouwwerk niet gehandhaafd kon blijven. De gedoogbeslissing uit 1982 was persoonsgebonden en gaf geen rechten aan de rechtsopvolgers. Het besluit op bezwaar ontbrak aan een deugdelijke motivering en moest worden vernietigd. Burgemeester en wethouders werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moesten een nieuw besluit nemen.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders om de woning zonder bouwvergunning te handhaven is vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen.