ECLI:NL:RVS:2000:AA4611
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Huurprijsbeschikking niet-ontvankelijk verklaard onterecht wegens verkeerde kennisgeving aan verhuurster
Appellante, verhuurster van woningen in Amsterdam, maakte bezwaar tegen een huurprijsbeschikking van de staatssecretaris. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de beschikking volgens hem niet aan appellante was gericht, maar alleen aan de gemeenteraad van Amsterdam was gezonden.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat het besluit niet aan appellante was gericht in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de beschikking ook aan appellante als aanvrager had moeten toezenden, omdat zij de verhuurster is en de financiële relatie met de huurders betreft. De beschikking werd pas op 30 augustus 1996 aan appellante toegezonden, waardoor de bezwaartermijn pas daarna begon te lopen. Het bezwaar was daardoor ontvankelijk.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten.
Uitkomst: Het bezwaar van de verhuurster is ontvankelijk verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.