ECLI:NL:RVS:2000:AA5240
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende status voor rechtshulpverlener bij weigering toevoeging zonder tegengestelde belangen
Bij besluit van 17 oktober 1997 wees het bureau rechtsbijstandvoorziening een verzoek om toevoeging af. Dit besluit werd in beroep gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de advocaat A, namens de overleden cliënt Z, ontvankelijk en vernietigde het besluit. De rechtbank stelde dat A als advocaat een rechtstreeks belang had vanwege het ontbreken van erfgenamen die het beroep konden voortzetten.
De Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De Afdeling stelt dat, anders dan in eerdere jurisprudentie, hier geen sprake is van tegengestelde belangen tussen rechtzoekende en rechtshulpverlener, waardoor A niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het overlijden van Z en het ontbreken van erfgenamen leidt niet tot een rechtstreeks belang van A bij de weigering van de toevoeging.
De Afdeling komt niet toe aan de overige beroepsgronden en wijst het beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte criteria voor het toekennen van belanghebbende status aan rechtshulpverleners in bestuursrechtelijke procedures over toevoegingen.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij de weigering van de toevoeging.