ECLI:NL:RVS:2000:AA5384
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- A. Kosto
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering openbaarmaking brief minister inzake koninklijke onderscheiding
Appellant verzocht de Minister van Financiën om inzage in het dossier met betrekking tot de beslissing om hem geen koninklijke onderscheiding toe te kennen. De Minister weigerde inzage in het dossier en de brief van 25 juli 1996 aan de burgemeester van Amsterdam, waarin de weigering tot voordracht werd meegedeeld, op grond van artikel 11 en Pro 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van 25 juli 1996 geen persoonlijke beleidsopvattingen bevat en daarom niet onder artikel 11 Wob Pro valt. De Minister kon de weigering tot openbaarmaking van deze brief niet op artikel 11 baseren Pro.
De Raad van State vernietigde het besluit van de Minister voor zover het de weigering tot openbaarmaking van deze brief betrof en verklaarde het beroep van appellant gegrond. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Minister om de brief van 25 juli 1996 niet openbaar te maken is vernietigd en het beroep van appellant gegrond verklaard.