ECLI:NL:RVS:2002:AE3692
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-voordracht koninklijke onderscheiding
Appellant verzocht de minister van Financiën om inzage in het dossier betreffende zijn niet-voordracht voor een koninklijke onderscheiding, wat werd geweigerd. Na een eerdere uitspraak werd appellant een afschrift van de brief van de minister toegezonden. Appellant diende echter pas ruim na de wettelijke termijn van zes weken een bezwaarschrift in tegen de niet-voordracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar niet was nageleefd en dat geen omstandigheden aanwezig waren om het verzuim te rechtvaardigen.
De Afdeling benadrukte dat de gebruikelijke praktijk bij koninklijke onderscheidingen is dat de voordracht geheim wordt gehouden en dat de aanvrager op de hoogte wordt gesteld, niet de niet-aanvrager. Daarom was het niet ontvangen van de brief geen geldige reden voor het late bezwaar. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.