ECLI:NL:RVS:2000:AA5599
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering vrijstelling leerplicht door burgemeester en wethouders Tilburg
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van burgemeester en wethouders van Tilburg om vrijstelling van de leerplicht te verlenen. De rechtbank Breda heeft het bezwaar gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van die beslissing in stand gelaten.
De Raad van State oordeelt dat burgemeester en wethouders niet bevoegd zijn om de inhoud van de kennisgeving en verklaring die voor vrijstelling van de leerplicht zijn ingediend, inhoudelijk te toetsen. Dit volgt uit de Leerplichtwet 1969, met name artikel 5 en Pro de vormvoorschriften in artikel 6 en Pro 8. De rechtbank heeft onterecht de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing op bezwaar in stand gelaten.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en verklaart het bezwaar tegen de brieven van 29 mei 1996 niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad van State burgemeester en wethouders tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de proceskosten worden aan appellante toegewezen.