ECLI:NL:RVS:2000:AA5842
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inzage BVD-dossiers overleden familieleden op grond van WIV
Appellant verzocht inzage in eventuele dossiers van zijn overleden vader en grootvader bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De Minister van Binnenlandse Zaken wees dit verzoek af op grond van artikel 16 van Pro de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV), omdat het verstrekken van deze gegevens niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke taken van de BVD.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant als 'derde' moet worden beschouwd, ook al is hij erfgenaam, en dat de WIV een uitputtende regeling bevat die voorrang heeft boven de Wet openbaarheid van bestuur. Tevens werd geoordeeld dat het verzoek niet in strijd is met artikel 8 en Pro 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), omdat de informatie niet betrekking heeft op appellant zelf en geen inmenging vormt in zijn privé- of gezinsleven.
De Raad benadrukte dat het recht op informatie niet absoluut is en dat beperkingen kunnen worden aangebracht ter bescherming van de rechten van derden, ook als deze overleden zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in BVD-dossiers van overleden familieleden wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.