ECLI:NL:RBDOR:2007:BB9778
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot openbaarmaking geanonimiseerde suïciderapportage op grond van de Wob
Een familielid heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) verzocht om openbaarmaking van correspondentie en een suïciderapportage die door een psychiatrisch ziekenhuis is opgesteld na het overlijden van zijn broer. De IGZ besloot tot openbaarmaking met weglating van persoonsgegevens van de overledene. Verzoekster, het psychiatrisch ziekenhuis, maakte bezwaar tegen dit besluit en vorderde een voorlopige voorziening om openbaarmaking te voorkomen.
De voorzieningenrechter toetste het verzoek aan de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en relevante bepalingen uit de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG), het Burgerlijk Wetboek en de Kwaliteitswet zorginstellingen. De rechtbank stelde vast dat het verzoek binnen de reikwijdte van de Wob valt en dat het algemeen belang bij openbaarheid zwaar weegt.
Hoewel de persoonlijke levenssfeer van de overledene ook na overlijden beschermd blijft, concludeerde de voorzieningenrechter dat de geanonimiseerde rapportage geen onevenredige inbreuk maakt op deze levenssfeer. De anonimisering voorkomt dat derden de medische gegevens kunnen herleiden tot de overledene. Voor de verzoeker, als familielid, geldt een aparte belangenafweging waarbij toestemming van de overledene mag worden verondersteld.
De rechtbank verwierp het beroep op het beroepsgeheim en het verschoningsrecht van verzoekster, omdat de openbaarmaking betrekking heeft op de evaluatie van het medisch handelen en niet op vertrouwelijke persoonlijke informatie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarmee de openbaarmaking kon doorgaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de geanonimiseerde suïciderapportage openbaar mag worden gemaakt.