ECLI:NL:RVS:2000:AA6834

Raad van State

Datum uitspraak
26 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
199901651/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.J.R. Bakker
  • J.H. Grosheide
  • B. van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 LandinrichtingswetArt. 5 LandinrichtingswetArt. 13 LandinrichtingswetArt. 15 LandinrichtingswetArt. 17 Landinrichtingswet
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing goedkeuring en subsidiëring kavelruilovereenkomst door minister

De zaak betreft het hoger beroep van drie appellanten tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die het beroep tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ongegrond verklaarde. De minister had de goedkeuring van een kavelruilovereenkomst geweigerd en de gemeente Nieuwkoop niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.

De kern van het geschil lag in de vraag of de kavelruil voldeed aan de voorwaarden van de Landinrichtingswet, met name of de ruilverkaveling een overwegend agrarische functie vervult. De transacties betroffen onder meer de aankoop van een boerenbedrijf door de gemeente voor industrieterreinuitbreiding en grondruil met derden, waarbij delen van de ruilverkaveling niet voldeden aan de wettelijke criteria.

De Raad van State oordeelde dat de minister terecht de goedkeuring en subsidiëring had geweigerd omdat de transacties niet in het belang waren van landbouw, natuur of landschap en niet voldeden aan de voorwaarden van de wet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere goedkeuringen niet verplichten tot gelijke besluiten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister terecht de goedkeuring en subsidiëring van de kavelruilovereenkomst heeft geweigerd.

Uitspraak

Raad vanState
199901651/1.
Datum uitspraak: 26 mei 2000
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de vennootschap onder firma [appellant 1] te [woonplaats 1], [appellant 2] te [woonplaats 2] en [appellant 3] te [woonplaats 3], appellanten,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 23 juni 1999 in het geding tussen:
appellanten
en
de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
1 . Procesverloop
Bij brief van 9 juni 1997 heeft de Dienst Landelijk Gebied bericht dat de kavelruil " [naam]" door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de minister) niet is goedgekeurd.
Bij besluit van 5 november 1998 heeft de minister de gemeente Nieuwkoop niet-ontvankelijk verklaard in haar hiertegen gemaakte bezwaar, voorts het bezwaar van appellanten gegrond verklaard voor zover betreffende de motivering van de afwijzing op grond van het tijdstip van indiening van de aanvraag, en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard in die zin dat terecht goedkeuring is onthouden en terecht is geweigerd een bijdrage te verlenen. Dit besluit is aangehecht.
i Bij uitspraak van 23 juni 1999, verzonden op 2 juli 1999, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door appellanten tegen de bij dit besluit gehandhaafde onthouding van goedkeuring en weigering van een bijdrage ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 11 augustus 1999, bij de Raad van State ingekomen op 12 augustus 1999, hoger beroep ingesteld.
De gronden zijn aangevuld bij brief van 9 september 1999. Deze brieven zijn aangehecht.
Op grond van artikel 8:26 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de gemeente Nieuwkoop in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen.
Bij brief van 2 december 1999 heeft de gemeente Nieuwkoop een memorie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 maart 2000, waar appellanten en de gemeente Nieuwkoop, vertegenwoordigd door mr J.K. Schmitz, notaris te Nieuwkoop, en door ir G. Achterveld, ambtenaar der gemeente, en de minister, vertegenwoordigd door mr M. Nagel, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 4 van Pro de Landinrichtingswet (hierna: de wet) strekt landinrichting tot verbetering van de inrichting van het landelijk gebied overeenkomstig de functies van dat gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke ordening zijn aangegeven.
Ingevolge artikel 5 van Pro de wet kan landinrichting maatregelen en voorzieningen omvatten ten behoeve van onder meer:
a. de land-, tuin- en bosbouw;
b. de natuur en het landschap;
c. de infrastructuur;
d. de openluchtrecreatie, en
e. de cultuurhistorie.
Ingevolge artikel 13 van Pro de wet kan landinrichting op de voet van het bij of krachtens deze wet bepaalde plaatsvinden in de vorm van:
a. herinrichting;
b. ruilverkaveling;
c. aanpassingsinrichting, dan wet
d. ruilverkaveling bij overeenkomst.
Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de wet komen voor ruilverkaveling in aanmerking gebieden, die ruimtelijk een overwegend agrarische functie, doch niet in belangrijke mate een niet-agrarische functie vervullen of moeten vervullen.
Ingevolge artikel 17 van Pro de wet is ruilverkaveling bij overeenkomst de vorm van landinrichting, waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de verkregen massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen.
Ingevolge artikel 119, eerste lid, van de wet wordt een ruilverkavelingsovereenkomst schriftelijk aangegaan en in de openbare registers ingeschreven.
2.2. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Regeling kavelruil (Stcrt. 1985, 2118), zoals nadien gewijzigd, wordt met inachtneming van het in het tweede lid bepaalde instemming verleend aan een beding in de ruilverkavelingsovereenkomst, bedoeld in artikel 119 van Pro de Landinrichtingswet, voor zover in dat beding geen andere bepalingen van die wet toepasselijk worden verklaard dan de in dit lid genoemde. Ingevolge het tweede lid wordt de in het eerste lid genoemde instemming verleend onder de voorwaarde, dat de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij schriftelijk heeft verklaard met die overeenkomst in te stemmen.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, kan de minister op aanvraag een subsidie verstrekken aan de eigenaren die een ruilovereenkomst hebben gesloten, ter zake waarvan de in artikel 1, tweede lid, bedoelde schriftelijke verklaring is verkregen. Ingevolge het derde lid van artikel 2 bedraagt Pro de subsidie 100% van de notariële kosten die ten behoeve van de kavelruil worden gemaakt.
2.3. Bij het nemen van beslissingen inzake de goedkeuring en het verlenen van subsidie in de notariskosten hanteert de minister de zogeheten "CLC-instructie kavelruil".
Blijkens deze instructie, die is gegeven aan de inspecteurs landinrichting in de provincies, dient een verkaveling in het belang te zijn van landbouw, natuur en/of landschap. Het is niet de bedoeling om bij koop-verkooptransacties de notariskosten zonder meer te subsidiëren. Bij een kavelruilovereenkomst, waarin koop- en verkooptransacties zijn opgenomen die los staan van het ruilproces en die even goed plaats kunnen vinden buiten kavelruil, zullen deze transacties niet gesubsidiëerd worden, aldus de instructie.
De instructie past binnen het kader van de wet en de Afdeling ziet geen grond haar daarmee in strijd dan wel kennelijk onredelijk te achten.
2.4. Appellanten hebben om goedkeuring en subsidiëring gevraagd van de volgende - kort samengevatte - overeenkomst. De gemeente Nieuwkoop koopt met het oog op de uitbreiding van haar industrieterrein het boerenbedrijf van [appellant 3]. Een gedeelte hiervan verkoopt de gemeente aan de firma [appellant 1], die een akkerbouwbedrijf uitoefent.
[appellant 3] koopt een boerenbedrijf van [appellant 2] in [woonplaats 2], provincie Groningen. De gemeente ruilt grond met veehouder [derde partij], waarbij [derde partij] van de gemeente Nieuwkoop grond verwerft aansluitend aan zijn bedrijf.
2.5. De transacties ten behoeve van de verwezenlijking van de uitbreiding van het industrieterrein voldoen niet aan doel en strekking van de wet, zoals die uit het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 15 blijken. Ook de transactie tot aankoop door [appellant 3] van het bedrijf in [woonplaats 3] voldoet daaraan niet; bedoeld bedrijf is gelegen in de provincie Groningen zodat van samenvoegen in de zin van artikel 17 van Pro de wet geen sprake is. Het geheel van transacties voldoet reeds daarom niet aan de voorwaarden om voor goedkeuring en subsidiëring in aanmerking te kunnen komen. De overige door de rechtbank dienaangaande geformuleerde overwegingen behoeven derhalve geen bespreking. Ten aanzien van het beroep van appellanten op het gelijkheidsbeginsel wordt overwogen dat, daargelaten of die - in deze procedure niet ter rechterlijke beoordeling staande - beslissing van de minister uit 1995 tot goedkeuring en subsidiëring van de kavelruil "Nieuwkoop, Alphen a/d Rijn, Weerden'' rechtens juist was of niet, dit niet met zich brengt dat de minister thans gehouden zou zijn een ander dan een rechtens juist besluit te nemen.
De omstandigheid dat de gemeente Nieuwkoop korte tijd na het totstandkomen van de kavelruil een deel van het voormalige eigendom van [appellant 3] heeft doorgeleverd aan de Dienst Landelijk Gebied in het kader en ten behoeve van het natuurontwikkelingsproject "[project]" kan hier geen rol spelen nu die transactie geen deel uitmaakte van de onderwerpelijke aan de minister ter goedkeuring en subsidiëring voorgelegde ruilverkavelingsovereenkomst.
De rechtbank is tot dezelfde slotsom gekomen.
2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van gronden, te worden bevestigd.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep zijn geen termen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr J.J.R. Bakker, Voorzitter, en mr J.H. Grosheide en mr B. van Wagtendonk, Leden, in tegenwoordigheid van mr E.D.A.W Zegveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Bakker w.g. Zegveld
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2000
43-55.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,