ECLI:NL:RVS:2000:AA8216
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afgifte rijbewijs aan ongewenst vreemdeling zonder verblijfsvergunning
Appellant, een vreemdeling zonder verblijfsvergunning en ongewenst in Nederland, vroeg om afgifte van een rijbewijs. De burgemeester van Amsterdam weigerde dit op grond van artikel 111, derde lid, Wegenverkeerswet 1994, omdat appellant niet met toestemming van het bevoegd gezag bestendig in Nederland verblijft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat het onderscheid in behandeling tussen vreemdelingen zonder verblijfsvergunning en andere aanvragers objectief is en een aanvaardbare grond heeft.
De weigering dient het doel te voorkomen dat appellant een rechtspositie opbouwt die in strijd is met de wet. Er is geen onevenredigheid in de maatregel en de vrijheid van appellant om zich in Nederland te verplaatsen wordt niet beperkt, aangezien het verbod alleen betrekking heeft op het besturen van een auto.
Het beroep op artikel 2, eerste lid, van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt verworpen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de burgemeester om een rijbewijs af te geven aan appellant wegens ontbreken van verblijfsvergunning.