ECLI:NL:RVS:2007:BB5201
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vernieuwing rijbewijs wegens niet-rechtmatig verblijf
Appellant, een Armeense vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om vernieuwing van zijn rijbewijs. De burgemeester van Eindhoven weigerde dit op grond van artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, dat vereist dat vreemdelingen rechtmatig in Nederland verblijven om een rijbewijs te verkrijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het onderscheid tussen rechtmatig verblijvende en niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen een redelijke en objectieve rechtvaardiging heeft en niet in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Verder werd geoordeeld dat de richtlijn 91/439/EEG betreffende het rijbewijs correct is geïmplementeerd in het Reglement rijbewijzen en dat het begrip 'woonachtig zijn' in het reglement betrekking heeft op feitelijk verblijf, terwijl artikel 111 WVW Pro 1994 een aanvullende voorwaarde stelt aan de rechtmatigheid van het verblijf.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de burgemeester om het rijbewijs van appellant te vernieuwen wegens niet-rechtmatig verblijf.