ECLI:NL:RVS:2000:AA8955
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- B. van Wagtendonk
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkeersmaatregel Tromplaan-De Ruyterlaan ondanks bereikbaarheidseffecten
Burgemeester en wethouders van Enschede hebben door het plaatsen van verkeersborden een gebod ingesteld om op de kruising Tromplaan-De Ruyterlaan bepaalde rijrichtingen te volgen. Verkeer vanuit de Tromplaan moet rechtsaf, verkeer op De Ruyterlaan mag rechtdoor of rechtsaf.
Appellant, wiens kantoor in één van de getroffen straten is gevestigd, stelde dat de maatregel zinloos is en zijn bereikbaarheid vermindert, wat duidt op onzorgvuldige besluitvorming en een onvoldoende belangenafweging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat verkeersmaatregelen als normale maatschappelijke ontwikkelingen moeten worden beschouwd, waarbij nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen blijven. Hoewel ruime beoordelingsmarges gelden, kan een individuele belangenschade zodanig zwaar zijn dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot de maatregel kon besluiten.
De Afdeling stelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn belang onevenwichtig is meegewogen. De bereikbaarheid van het kantoor is weliswaar verminderd, maar blijft gewaarborgd via een alternatieve route. Het feit dat het beoogde doel van het mobiliteitsplan mogelijk nog niet is bereikt, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verkeersmaatregel bevestigd.