ECLI:NL:RVS:2000:AA9250
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat vaststelling uittredingssom administratief beroep is, geen bezwaar op grond van Awb
Het geschil betreft de vaststelling van een uittredingssom door het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap Achterhoek-Liemers die door burgemeester en wethouders van Zevenaar werd bestreden. De rechtbank Zutphen oordeelde dat tegen de vaststelling van de uittredingssom administratief beroep openstaat bij gedeputeerde staten en dat bezwaar op grond van de Awb niet mogelijk is.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de vaststelling van de uittredingssom een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat de mogelijkheid om tegen dat besluit voorziening te vragen bij gedeputeerde staten een vorm van administratief beroep is zoals bedoeld in artikel 28 van Pro de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hierdoor bezwaar op grond van de Awb tegen het besluit niet mogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat tegen de vaststelling van de uittredingssom administratief beroep openstaat en bezwaar op grond van de Awb niet mogelijk is.