ECLI:NL:RVS:2001:AB2437
Raad van State
- Kort geding
- J.J.M.S. Leyten-de Wijkerslooth
- J.J.R. Bakker
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning acceptatie houtspaanders wegens onjuiste kwalificatie als geen afvalstof
In deze zaak ging het om de vergunningverlening aan EPON voor het accepteren en verbranden van houtspaanders in haar elektriciteitscentrale. De vergunning uit 1994 en het daaropvolgende besluit van 1995 keurden acceptatievoorwaarden goed die het verbranden van houtspaanders toestonden, terwijl appellanten stelden dat deze houtspaanders als afvalstof moesten worden beschouwd en daarom niet zonder specifieke vergunning verbrand mochten worden.
De Raad van State heeft geoordeeld dat de houtspaanders, ondanks bewerking en scheiding door BFI, moeten worden aangemerkt als afvalstof conform de Europese Richtlijn 75/442/EEG en het arrest van het Hof van Justitie van 15 juni 2000. Dit betekent dat het verbranden ervan zonder een vergunning voor afvalverbranding in strijd is met de Wet milieubeheer.
Daarom vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit van 18 juli 1995 en het bezwaarbesluit van 5 juni 1996. Tevens werd de provincie Gelderland veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De uitspraak geeft duidelijkheid over de interpretatie van het begrip afvalstof en de toepasselijkheid van milieuregelgeving op houtspaanders afkomstig van bouw- en sloopafval.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van de acceptatievoorwaarden voor houtspaanders is vernietigd omdat deze houtspaanders als afvalstof moeten worden beschouwd en verbranding zonder vergunning verboden is.