ECLI:NL:RVS:2001:AB3091

Raad van State

Datum uitspraak
26 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200103250/2.
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
  • J.A.E. van der Does
  • J.H. Roelfsema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn

In deze zaak hebben verzoekers bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 18 januari 2001. Het verzoek werd ingediend op 19 juni 2001, vijf maanden na de uitspraak. De Afdeling heeft dit verzoek beoordeeld onder artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat voorwaarden stelt aan herzieningsverzoeken.

De Afdeling overwoog dat het verzoek onredelijk laat was ingediend, aangezien er geen bijzondere omstandigheden waren gesteld of gebleken die het late verzoek konden rechtvaardigen. Hierbij werd aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en derde lid, Awb, dat bepaalt dat een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend.

Als gevolg hiervan verklaarde de Afdeling het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze beslissing kan verzet worden ingesteld binnen zes weken na verzending van de uitspraak, waarbij de gronden van het verzet moeten worden vermeld en eventueel een hoorzitting kan worden aangevraagd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.

Uitspraak

Raad
van State
200103250/2.
Datum uitspraak: 26 juli 2001
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in Pro samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van
A en A-B, wonend te C,
verzoekers,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2001, in zaak no. 200001621/1.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 18 januari 2001, in zaak no. 200001621/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd.
Bij brief van 19 juni 2001 hebben verzoekers de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Het verzoek is vijf maanden na de uitspraak ingediend. Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, is dat onredelijk laat. Voor dit oordeel is aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden, niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend.
2.3. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Does w.g. Roelfsema
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2001
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan (artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
-.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,