ECLI:NL:RVS:2001:AB3091
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- J.A.E. van der Does
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
In deze zaak hebben verzoekers bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 18 januari 2001. Het verzoek werd ingediend op 19 juni 2001, vijf maanden na de uitspraak. De Afdeling heeft dit verzoek beoordeeld onder artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat voorwaarden stelt aan herzieningsverzoeken.
De Afdeling overwoog dat het verzoek onredelijk laat was ingediend, aangezien er geen bijzondere omstandigheden waren gesteld of gebleken die het late verzoek konden rechtvaardigen. Hierbij werd aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en derde lid, Awb, dat bepaalt dat een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend.
Als gevolg hiervan verklaarde de Afdeling het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze beslissing kan verzet worden ingesteld binnen zes weken na verzending van de uitspraak, waarbij de gronden van het verzet moeten worden vermeld en eventueel een hoorzitting kan worden aangevraagd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.