ECLI:NL:RVS:2001:AB6633
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid en belangenafweging bij onttrekking weg aan openbaar verkeer
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van gedeputeerde staten tot onttrekking van een weg over de brug Half Twaalf aan het openbaar verkeer te Someren vernietigde. De rechtbank oordeelde dat gedeputeerde staten niet met de vereiste zorgvuldigheid hadden gehandeld zoals voorgeschreven in artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Gedeputeerde staten hadden zich onvoldoende ingespannen om inzicht te verkrijgen in de onevenredige nadelige gevolgen van de onttrekking en de mogelijkheden tot compensatie daarvan. Zij volstonden met een verwijzing naar de nadeelcompensatieregeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, zonder zelf een deskundige taxatie te maken of een eigen regeling te hanteren. Dit werd als onvoldoende verantwoord beschouwd.
De Raad van State onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het bestuursorgaan een zelfstandige belangenafweging moet maken waarbij zowel financiële als niet-financiële belangen worden meegewogen. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot onttrekking van de weg wegens onvoldoende zorgvuldigheid en belangenafweging.