ECLI:NL:RVS:2001:AD3842
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling aanmeldcentrumprocedure
Appellant heeft bij de staatssecretaris van Justitie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke op 8 juni 2001 werd afgewezen. De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris de beschikking binnen de wettelijk toegestane 48 proces-uren heeft genomen, ondanks betwisting van de termijnberekening. De Raad stelde vast dat de Vreemdelingenwet 2000 de termijn bij algemene maatregel van bestuur bepaalt, waar niet rechtsgeldig van kan worden afgeweken door circulaires.
Verder oordeelde de Raad dat het asielrelaas van appellant niet aannemelijk werd geacht, maar dat dit geen reden was voor vernietiging omdat de beslissing niet daarop was gebaseerd. Ook werd geoordeeld dat appellant onvoldoende concreet had aangegeven welke nadere onderzoeken nodig waren om de aanmeldcentrumprocedure te betwisten.
Ten slotte verwierp de Raad het betoog dat de procedure in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro in samenhang met artikel 13 EVRM Pro, vanwege het ontbreken van concrete argumenten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de president werd bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.