ECLI:NL:RVS:2001:AD4502
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Appellant maakte bezwaar tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat zij bevoegd was het hoger beroep te behandelen, ondanks betwisting van de Staatssecretaris. De Afdeling overwoog dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegangsweigering niet in de procedure rond de vrijheidsontnemende maatregel valt, omdat daartegen administratief beroep openstaat.
Appellants betoog dat de rechtbank de rechtmatigheid van de toegangsweigering had moeten betrekken bij haar oordeel over de maatregel werd verworpen. Ook het beroep op het EVRM werd niet gevolgd omdat deze bepalingen niet op toegangsweigering van toepassing zijn.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.