ECLI:NL:RVS:2001:AD6618
Raad van State
- Verzet
- P.A. Offers
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Beperking recht op toegang tot de rechter door termijn voor betaling griffierecht niet in strijd met art. 6 EVRM
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar heeft het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante maakte bezwaar op grond van artikel 6 EVRM Pro, stellende dat het stellen van een termijn voor betaling van het griffierecht het recht op toegang tot de rechter beperkt. De Raad van State overweegt dat het recht op toegang tot de rechter geen absoluut recht is en dat staten beleidsruimte hebben om regels te stellen die beperkingen inhouden, mits de kern van het recht niet wordt aangetast, het doel rechtmatig is en de beperking evenredig is.
De termijn voor betaling van het griffierecht dient het doel duidelijkheid te scheppen en onnodige vertraging en onzekerheid te voorkomen. Opposante kreeg een termijn van vier weken om het verzuim te herstellen en kon daarna aantonen dat zij niet in verzuim was. Opposante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het haar redelijkerwijs onmogelijk was tijdig te betalen. Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.