Uitspraak
200804819/1/H2), vangt de te beoordelen lengte van de procedure aan op het moment dat het bestuursorgaan het bezwaarschrift heeft ontvangen en duurt deze tot aan de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de gehele procedure, te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift van de stichting door het dagelijks bestuur op 22 maart 2007, tot aan de uitspraak van de rechtbank van 20 mei 2010, drie jaar en twee maanden in beslag heeft genomen. Voor zover de stichting betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat ook anderen, waaronder de vereniging Zuid- en Pijpbelangen, in aanmerking behoren te komen voor vergoeding van de door hen geleden schade, kan dit betoog niet slagen, reeds omdat die anderen geen bezwaar tegen het besluit van 9 februari 2007 hebben gemaakt of geen beroep tegen het besluit van 1 juli 2008 hebben ingesteld.
200802629/1), moet de behandeling van het bezwaar en die van het beroep, uitzonderlijke gevallen daargelaten, tezamen niet meer dan drie jaar duren en kan een vertraging bij één van beide behandelingen worden gecompenseerd door voortvarendheid bij de andere. Dat betekent in dit geval dat de redelijke termijn met twee maanden is overschreden, hetgeen, naar niet in geschil is, aan het dagelijks bestuur valt toe te rekenen.
200906625/1/H1en 9 februari 2011 in zaak nr.
200908260/1/M2) toegepaste tarief van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Daarbij is van belang dat het toekennen van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM, uitsluitend verband houdt met de door appellanten ten gevolge daarvan geleden immateriële schade en geen druk- of bestraffingsmiddel is, als door de stichting gesteld. Aangezien de redelijke termijn met twee maanden is overschreden, bedraagt de aan elk van de appellanten toe te kennen schadevergoeding daarom in beginsel € 500,00.